De openingsuren zijn:
Maandag tem zaterdag:
11u-18u
Vrijdag: 11u-19u
Doorlopend geopend

Achtergrond
De Hadiqa is de essentiële geur van het pad der liefde.
Zulke boeken zijn niet geschreven, zij worden geboren. Niemand kan deze samenstellen. Zij zijn niet gemaakt in de mind of via de mind. Zij komen van ergens anders. Zij zijn even mysterieus geboren als een kind, een vogel of een bloem. Zij zijn een gift.
De mysterieuze geboorte van dit grote boek ‘De Hadiqa’gaat als volgt. Het verhaal is ongelofelijk mooi.
De Sultan van Ghazna, Bahramshab, was met zijn leger op weg naar India om het te veroveren. Hakim Sanai, zijn beroemde hof-schrijver, vergezelde hem op zijn tocht. Op gegeven moment kwamen zij voorbij een grote tuin, een ommuurde tuin. Zij waren gehaast, met een machtig leger was de Sultan onderweg naar India om het in te palmen en hij had geen tijd.
Maar er gebeurde iets mysterieus en hij moest wel stoppen. Er was geen manier om dit te vermijden. Het gezang dat vanuit de tuin kwam, trok de aandacht van de Sultan. Hij was een liefhebber van muziek maar zo een betoverende muziek had hij nog nooit gehoord. Hij had grote zangers en componisten onder zijn hofhouding maar onvergelijkbaar met deze hemelse muziek. Het maakte hem extatisch zodat hij zijn leger beval om halt te houden.
Het innemende geluid van deze muziek en dit gezang werkte psychedelisch, alsof wijn in zijn mond werd gegoten: de Sultan werd dronken. Dit fenomeen leek niet tot deze wereld te horen. Iets van daarboven was zeker aanwezig : iets vanuit de hemel dat trachtte de aarde te bereiken, iets van het ongekende dat trachtte te communiceren met het gekende. Hij moest wel stoppen om ernaar te luisteren. Er was iets bedwelmends in, zoet maar ook zo pijnlijk. Het was hartverscheurend. Hij wilde verder, hij had haast. Hij wou India snel bereiken, want het was het juiste moment om het te veroveren.
Maar er was geen keuze. Er was zo een sterk, vreemd onweerstaanbaar magnetisme in het geluid dat ondanks hemzelf hij toch besloot om in de tuin te gaan. Daar zag hij Lai Khur, een Soefi mysticus, maar voor de massa enkel gekend als een dronkaard en een gek. Lai Khur is één van de grootste namen uit de hele geschiedenis van de mensheid. Er is echter niet veel over hem bekend. Dit soort mensen laten geen voetafdrukken na. Behalve dit verhaal is er niets overgebleven. Maar Lai Khur leeft verder in de herinnering van de Soefis doorheen de eeuwen.
Hij bleef de Soefis achtervolgen want nooit meer zijn ze zo een man tegengekomen. Hij was zo dronken dat de mensen gelijk hadden om hem een dronkaard te noemen. Hij was vierentwintig uur op vierentwintig dronken: dronken van het Goddelijke. Hij wandelde zoals een dronkaard en leefde als een dronkaard; totaal onthecht van de wereld. En zijn uitspraken leken op wartaal. Dit is de hoogste piek. Wanneer de uitingen van de mysticus enkel kunnen begrepen worden door een andere mysticus. Voor de gewone sterveling lijken zij irrelevant en zonder inhoud.
Voor de onwetenden waren zijn uitspraken ongehoord, heiligschennend, tegen de traditie en tegen alle formaliteit, manieren en etiquette. Tegen alles wat gekend en aanvaard was als religie. Maar voor hen die hem begrepen, waren zijn uitspraken van puur goud.
Hij was enkel beschikbaar voor de weinige uitverkorenen. Want er zijn maar weinig mensen die zich kunnen verheffen tot deze piek. Hij leefde op de Everest – de Everest van bewustzijn, ver boven alle wolken.. Enkel diegenen die voldoende moed en wil hadden om de berg te beklimmen waren bekwaam om te begrijpen wat hij zei. Voor de massa was hij een gek. Voor de anderen die hem begrepen was hij een voertuig van God. Al wat hij deed en zei was pure waarheid, waarheid en enkel waarheid. Hij had zich opzettelijk berucht gemaakt.
Dat was zijn manier om onzichtbaar te worden voor de massa. Soefis doen dit zo. Zij hebben vreemde methodes om onzichtbaar te worden. Zij blijven zichtbaar – zij blijven in de maatschappij, zij vluchtten er niet uit weg- maar zij crëeren bewust een milieu rond hen zodat mensen ophouden om naar hen te komen. De massa, nieuwsgierige mensen, houden eenvoudig op om naar hen te komen. De Soefis bestaan niet voor hen, zij vergeten hen volledig. Dit is al eeuwen de methode van de Soefis opdat zij met hun discipelen in rust kunnen werken.
Indien een meester echt wil werken, indien hij echt zaken wil doen, moet hij onzichtbaar worden voor iedereen die niet autenthiek op zoek is. Dat is ook wat Gurdjieff deed. Gurdjieff moet bepaalde zaken geleerd hebben van Lai Khur. Gurdjieff heeft verscheidene jaren met Soefi meesters geleefd vooraleer hij zelf een meester werd.
Lai Khur liet wijn aanrukken en hield een toast “op de blindheid van de Sultan Bahramshah”
Nu, vooreerst liet deze grote mysticus wijn komen. Religieuze mensen worden niet verondersteld om wijn te drinken. Het is één van de grootste zonden van een moslim om wijn te drinken. Het is tegen de Koran, het is tegen het idee hoe een heilige zou moeten zijn. Lai Khur beval echter de wijn aan en stelde voor om te toasten “ op de blindheid van de Sultan Bahramshah.”
De Sultan moet zich zeer vernederd hebben gevoeld. Hij moet woedend zijn geweest. Hem blind durven noemen? Maar hij was volledig in de ban van de charismatische impact van Lai Khur. Ofschoon hij inwendig kookte, zei hij niets. Deze mooie muziek en het gedans achtervolgden hem nog steeds. Hij was in een andere wereld terechtgekomen. Maar de anderen protesteerden, zijn generaals en zijn hofhouding uitten hun boosheid. Maar Lai Khur lachtte luid en herhaalde dat de Sultan blindheid verdiende om deze oorlog te willen beginnen.
“Wat kan je veroveren in de wereld? Alles zal je moeten achterlaten. Het idee om te veroveren is dom, ongelofelijk dom. Waar ga je naar toe. Je bent blind! Want de schatten zitten in jezelf,” zei hij. “En je gaat naar India, tijd verspillen en anderen hun tijd verspillen. Wat is er nog meer nodig voor een mens om hem blind te noemen?”
Lai Khur herhaalde: de Sultan is blind. Indien hij niet blind is, zou hij beter naar huis gaan en deze hele oorlog vergeten. Maak geen huizen met speelkaarten, maak geen zandkastelen. Jaag je dromen niet na, wees niet gek. Ga terug! Kijk naar binnen!” De mens die ogen heeft, kijkt naar binnen. Enkel de blinde mens kijkt naar buiten. De mens die ogen heeft, zoekt de schatten binnen in zichzelf. De mens die blind is haast zich in de wereld, bedelt, berooft anderen, vermoord anderen met de hoop dat hij iets zal vinden wat hij mist.
Niemand heeft nog nooit iets gevonden op deze manier, want het is niet buiten jezelf dat je het verloren hebt. Het ligt verscholen in je diepste zelf. Er moet enkel licht naar binnen schijnen. Lai Khur bleef herhalen dat de Sultan blind was. “Indien hij dit niet is, geef mij dan het bewijs: beveel het leger om terug te keren. Vergeet deze tocht en ga nooit meer op enige andere plundertocht. Het is allemaal nonsens.”
De Sultan was onder de indruk maar had niet de moed om terug te keren. Het moet ongeveer dezelfde situatie geweest zijn toen Alexander de Grote naar India trok om het te veroveren en een andere mysticus, Diogenes hem uitlachtte en hij zei, “Waarom? Waarom onderneem jij deze lange reis? En wat wil je winnen wanneer je India veroverd hebt, of wanneer je de hele wereld veroverd hebt?”
En Alexander zei, “Ik wil de hele wereld veroveren zodat ik uiteindelijk kan rusten, ontspannen en genieten.” Diogenes lachtte en sprak, “Jij moet gek zijn – want ik ben nu al aan het rusten!”
En het was waar. Hij was aan het rusten, aan het genieten langs de oever van een kleine rivier. Het was nog vroeg in de morgen en hij lag naakt te zonnen. Hij zei, “Ik ben NU aan het rusten en aan het genieten en ik heb de wereld nooit veroverd. Ik heb zelfs nooit gedacht om de wereld te veroveren. Dus indien je de wereld wil veroveren en de overwinning wil halen enkel om dan te kunnen rusten en te ontspannen, is dit totaal zinloos. Trouwens, er is plaats genoeg voor ons beiden om te genieten en te rusten aan de oevers van deze rivier. Werp je kleren weg, neem ook een zonnebad en vergeet deze dwaze veroveringstocht! “Kijk naar mij. Ik ben een verovereaar zonder de wereld te hebben verovererd en jij bent een bedelaar.”
Dezelfde situatie moet zich hebben voorgedaan met de sultan Bahramshah, en Lai Khur moet een man geweest zijn van hetzelfde kaliber als Diogenes. In deze wereld zijn er maar twee types mensen. Zij die weten en zij die niet weten. Het is steeds opnieuw hetzelfde drama dat zich keer op keer afspeelt. Soms is het Alexander die de blinde speelt en is het Diogenes die hem tracht wakker te schudden en soms is het Lai Khur die probeert om Sultan Bahramshah wakker te maken.
Alexander zei, “Het spijt mij. Ik kan jouw punt begrijpen maar ik kan niet terugkeren. Ik moet de wereld veroveren, zonder haar te veroveren kan ik niet rusten. Verontschuldig mij. Jij hebt gelijk en ik geeft het toe.” Hetzelfde gebeurde er met Bahramshah. Hij was droef, beschaamd en verlegen. Maar hij zei, “Verontschuldig mij, ik moet verder gaan, ik kan niet terugkeren. India moet veroverd worden. Ik kan niet rusten of stilzitten vooraleer ik India veroverd heb.”
Daarna werd een toast uitgebracht “Op de blindheid van Hakim Sanai” – want hij was na de Sultan de belangrijkste persoon. Hij was zijn raadgever, zijn vertrouwenspersoon. Hij was de verstandigste man van zijn hele hofhouding, en zijn naam en faam waren tot in de uithoeken van zijn land doorgedrongen. Hij was al geruime tijd een gevestigd dichter, een beroemd en gevierde wijze man. Toen werd er een toast uitgebracht op “de blindheid van Hakim Sanai,” en dat moet een geweldige schok geweest zijn voor deze grote dichter. Het was ogenschijnlijk nog minder gerechtvaardigd op grond van de uitstekende reputatie en wijsheid van Hakim Sanai.
Hij was een man met karakter, een vrome man, zeer religieus. Niemand kon ook maar één fout vinden in zijn leven. Hij had altijd zeer bewust geleefd, tenminste in zijn eigen ogen. Hij was een man met een geweten. Er steeg nog meer protest op. Want misschien was de Sultan blind, hij was hebzuchtig, hij had lust en een groot verlangen om dingen te bezitten maar dat kon niet gezegd worden van Hakim Sanai. Hij leefde het leven van een arme mens, ook al leefde hij aan het hof. Ondanks het feit dat hij de meest gerespecteerde man was van de hofhouding van Bahramshah, leefde hij zeer eenvoudig en nederig. Een man met veel karakter en erg wijs.
Maar Lai Khur wierp op dat de toast nog veel meer gold want Sanai leek onbewust te zijn van de reden waarom hij geschapen was, en wanneer hij spoedig zou moeten verschijnen voor zijn schepper en hem zou worden gevraagd wat hij kon tonen over zichzelf dan zou hij enkel wat domme raadgevingen kunnen tonen aan dwaze koningen, gewone stervelingen zoals hijzelf. Lai Khur zei dat de toast nog toepasselijker was want van Hakim Sanai kon meer worden verwacht dan van de Sultan Bahramshah. Hij had meer mogelijkheden en hij verspilde het, verspilde het in het geven van domme raad aan dwaze koningen.
Hij zal niet klaar zijn om zijn schepper te ontmoeten. Hij zal in grote moeilijkheden verkeren. Hij zal niet in staat zijn om voor zichzelf te antwoorden. Alles wat hij zal kunnen laten zien is zijn poëzie, geschreven om lof te brengen voor de deze blinde man, Bahramshah. Hij is nog meer blind, totaal blind. En luisterend naar deze woorden en kijkend in de ogen van deze vreemde man, Lai Khur, gebeurde er iets onmogelijks met Hakim Sanai: een satori, een plotse ervaring van verlichting. Iets in hem stierf ter plekke en iets nieuws was geboren, iets compleet nieuw.
In één enkel moment was er een transformatie gebeurd. Hij was niet langer dezelfde man meer. Deze vreemde man had zijn ziel doorboord. Deze vreemde man was erin geslaagd om hem te doen ontwaken. In de hele geschiedenis van de Soefi’s is dit het enige gekende geval van satori. In Zen zijn er verschillende gevallen. Plotse verlichting – niet methodisch, niet geleidelijk maar in een schok was het gebeurd.
Lai Khur moet een man geweest zijn met een geweldig inzicht. Hakim Sanai knielde neer, raakte de voeten aan van deze vreemde man en huilde vreugdetranen omdat hij terug thuis was gekomen. Hij stierf en werd herboren. Dat is wat satori betekent.: sterven en terug geboren worden. Het is een wedergeboorte. Hij verliet de Sultan en ging op pelgrimstocht naar Mecca. De Sultan verzette zich en wilde hem niet laten gaan. Hij trachtte op alle mogelijke manieren om het dit te beletten. Hij bood hem zelfs zijn enige zuster aan om met hem te trouwen en hij bood hem bovendien de helft van zijn koninkrijk aan. Maar nu had dit alles geen betekenis meer.
Hakim Sanai lachtte eenvoudig en hij zei, “Ik ben niet langer een blinde mens. Bedankt, maar het spel is over. Deze vreemde man heeft mij vernield met één enkel slag.
En hij vertrok op pelgrimstocht naar Mecca. Waarom? Later wanneer hem hiernaar werd gevraagd, zei hij, “Enkel om dit te absorberen, enkel om te verwerken wat deze vreemde man mij zo plots en onverwacht heeft gegeven.” Het was mij teveel. Het was mij te machtig. Hij heeft mij meer gegeven dan wat ik waard was.”
Daarom vertrok hij naar Mecca op zijn pelgrimstocht, om te mediteren, om stil te zijn. Om een pelgrim te zijn, ongekend en anoniem. Het ding was gebeurd en het moest verwerkt worden. Het licht was verschenen maar hij moest eraan wennen. En pas toen hij gewend was aan dit nieuw inzicht, aan dit nieuwe gestalt, keerde hij terug naar Lai Khur en presenteerde hij hem dit boek; DE HADIQA. Dat is wat hij neerschreef op zijn terugweg van Mecca. Hij goot zijn hele ervaring, zijn satori in dit boek. Dit boek is verzadigd van satori.
Op deze manier is dit grote boek geboren. Zoals een kind, mysterieus. Zoals een zaadje een bloem wordt, mysterieus; zoals een vogel uit zijn schelp breekt, mysterieus. Zoals een een bloem die zich opent in de morgen en haar geur verspreid met de wind. Ja, dit boek is niet geschreven. Dit boek is een gift van God en een dank van Hakim Sanai aan deze vreemde mysterieuze man, Lai Khur.
